(01) “Dat mini-salaris van jou”

“Dat je dat allemaal doet, voor dat mini-salaris van jou!”

Pieter herhaalde de zin in gedachten. Voor de zoveelste keer. Hij zuchtte en keek naar de vrouw tegenover hem in de eerste klas-coupé. Ze staarde uit het raam naar het voorbijschietende landschap. Haar bovenlichaam schommelde zacht mee in het ritme van de trein. Een interessante vrouw, dacht hij. Staat haar goed, die donkerpaarse jas.

Het woord ‘mini-salaris’ dook weer op. Het woord deed pijn. Eva, zijn vrouw, had het hem een uurtje geleden toegeslingerd omdat hij op zijn vrije dag toch weer naar zijn werk ging. Zijn chef had hem gebeld. Er was iets niet goed met de website. Of hij dat vandaag nog kon rechtzetten. Ja, dat kon, maar alleen vanachter zijn bureau op het werk. En dat stond in Hoorn, terwijl hij in Enkhuizen woonde. De ICT-afdeling kreeg het maar niet voor elkaar om hem vanaf zijn eigen computer thuis toegang te geven. Belachelijk in deze tijd, vond Eva.

Eva heeft gelijk, dacht Pieter. Het is ook belachelijk. Maar hij ging toch. Hij voelde zich nu eenmaal verantwoordelijk. Daar kon hij niets aan doen. Sorry, Eva.